Als ik mijn mail check op de veranda, zie ik opeens een jongeman aankomen. Ik herken wel zijn gezicht, maar weet echt even zijn naam niet meer. Het blijkt Jamiru te  zijn. Ik had hem echt helemaal niet verwacht. Hij komt even Joseph en zijn broers opzoeken hier op Bulamu. Hij gaat naar de dienst, dus ik zeg dat ik hoop hem later nog even te spreken. Zo gezegd, zo gedaan. Meddy, David en ik escorteren hem naar beneden, naar Bomboroad. Hij zegt dat hij een baan heeft gevonden. Hij heeft ' computerscience'  succesvol afgerond en werkt nu in een damesmodezaak. Het is een echte kerel geworden. Een paar jaar geleden heeft hij me met reizen naar en in Kampala begeleid en heb ik hem getrakteerd op een verse jus in Gardencity, een winkelcentrum voor Mezunghus, dwz. blanken. We zijn toen naar de campus geweest, waar we een softijsje hebben gegeten en naar de studenten hebben gekeken, die een dansje aan het instuderen waren. Dat was erg leuk om te zien. Hij zat wel eens zo krap bij kas, dat hij geen eten had, dus later heb ik hem wel een paar keer geld gestuurd voor eten. Ik beloof hem nog een keer naar de winkel te komen, als ik in Kampala ben. Dan lopen we weer terug naar boven. Even nog de was binnen halen, die voor het eerst helemaal droog is. Ik maak hieruit op, dat het warmer is geworden. Meestal is januari ook warmer dan december in Oeganda. De regentijd ligt weer achter ons en het landschap is nog mooi groen.